De entree is een enorme vooruitgang in vergelijking met die van de oude lokatie aan de Grutstraat. De krakende deur van een voormalige kapperswinkel heeft plaats gemaakt voor een joyeus moderne ingang die de keuze geeft naar het Borghuis restaurant of het Stadsmuseum. De keuze voor het Stadsmuseum leidt voorbij de kassa (€ 3,- inclusief een kopje koffie in het Borghuis, museumjaarkaart gratis) naar een mooie hal met bovenlicht waaronder de maquette van de stad. Rondom die maquette wordt in vitrines een deel van de historische collectie van het museum getoond.
Het stadsmuseum heeft altijd op twee poten gehinkt. Het is een historisch museum én een kunstmuseum.Historisch museum
Het stadsmuseum heeft een kleine collectie historische voorwerpen. Die collectie heeft nu een vaste plek gekregen rond twee maquettes van de stad. Die opstelling ziet er heel goed uit, niet te veel objecten in vitrines. Bovendien is er een zaaltje met een historisch schoolklasje. De toerist die een regenachtig uurtje wil doorbrengen kan zich hier wel even vermaken. De vaste bezoeker die de doorboorde schoen van Hendrik Limp al eens heeft gezien komt hier niets nieuws tegen. Ik verwacht wel boeiende tentoonstellingen over onderwerpen uit de geschiedenis van de stad, zoals de tentoonstelling over de firma Misset enige jaren geleden voorbeeldig was in dit opzicht.Kunstmuseum
De eveneens beperkte collectie kunstwerken, die voornamelijk bestond uit schilderijen van lokale kunstenaars uit de eerste helft van de twintigste eeuw, is kortelings uitgebreid met de schenking van de voorraad van de voormalige Kunstuitleen. Op dit moment is er een keuze uit deze vernieuwde collectie door het college van burgemeester en wethouders. Dat is een leuke tentoonstelling, met verrassende combinaties van werken. Elke bestuurder heeft een zaaltje gekregen op de bovenverdieping. Bestuurders hoeven in Nederland geen verstand te hebben van kunst, zij maken gebruik van adviescommissies waarin onvermijdelijk steeds dezelfde kunstbobo's de dienst uitmaken. Wie de teksten leest ontdekt een wat aandoenlijke naïviteit in het hanteren van kunstjargon en betrokkenheid bij de opdracht om wat te doen met de voorraad. Helemaal goed,vind ik, de bestuurder vertegenwoordigt het publiek, en het publiek heeft gezond verstand. Eén wethouder heeft een grote voorkeur voor kaarten en hangt daar een wand mee vol.H. van Kuilenburg, de Oude brug te Doetinchem.
De burgemeester houdt zich keurig op de vlakte met een inhoudelijke keuze van historische stadsgezichten maar voegt daar toch één portret aan toe, om het menselijk te maken. De zaaltjes vertonen allemaal verschillende persoonlijkheden, en dat vind ik heel mooi.De entourage van de tentoonstelling is ook prima. De bovenverdieping voldoet aan de verwachting van een kunstmuseum: een verzameling witte dozen. De oorspronkelijke architectuur is geheel verdwenen, behoudens wat sculpturale vormen bij de ingangen van de zalen.
In de collectie zijn nu ook wat recenter werken opgenomen van lokale kunstenaars: ik zag werk van Dinie Wikkerink en Theo van Koot in de tentoonstelling.
Het Stadsmuseum zou een ultieme uitdaging kunnen zijn voor de regionale kunstenaars. Wie kan deze prachtige nieuwe zalen vullen met een samenhangende kwalitatief hoogwaardige tentoonstelling van eigen werk? Die opdracht stijgt ver uit boven het deelnemen aan de Gelderlander Kunstprijs, de groepsexpositie in de winkel van het Web of die twee vierkante meter van de Huntenkunst jaarbeurs. Het Stadsmuseum zou de top moeten zijn van de lokale expositiekanalen, uitsluitend voor die kunstenaars die aantoonbaar een eigenzinnig kunstzinnig onderzoek uitvoeren over een lange periode.
Een goede eerste aanzet is te zien op de benedenverdieping waar een vitrine is gevuld met ontwerpen van Maria Hees
0 reacties:
Een reactie plaatsen